Menu Sluit menu

Workshop: best practices en gemeenschappelijke uitdagingen in citizen science

Share this article
Scroll

Op 27 augustus bracht Scivil medewerkers van de verschillende door EWI gefinancierde citizen science projecten samen om gemeenschappelijke uitdagingen en best practices uit te wisselen. Marzia en Michael van het Brusselse wetenschapscommunicatiebureau Stickydot leidden een workshop waarin de projectmedewerkers uitdagingen identificeerden en tips of oplossingen bedachten.

Wat na afloop van het project of wanneer de subsidie stopt?

De maximale looptijd van de EWI-subsidie bedroeg in 2018 twee jaar. Voor veel projecten is het na die looptijd jammer om enthousiaste burgers weer los te laten. Anderzijds zijn er op wetenschappelijk vlak niet altijd voldoende beweegredenen om een project door te zetten eens de beoogde resultaten verzameld zijn.

De workshop bracht deze oplossingen op:

  • Een project kan na die twee jaar op zoek naar nieuwe financiering voor verder onderzoek of wetenschapscommunicatie. Bijvoorbeeld, Citizen Science zou als onderdeel opgenomen kunnen worden in projectfinanciering van FWO, SBO, ...
  • Men kan voor bijkomende financieringsmogelijkheden te rade gaan bij de eigen instelling.
  • Het zou interessant zijn om succesvolle citizen science projecten blijvend te financieren met een beperktere geldstroom om zo de burgerwetenschappers te blijven ondersteunen.
common challenges

Hoe zorg je voor digital engagement?

Heel wat citizen science projecten maken gebruik van digitale tools die ervoor zorgen dat men met de hulp van burgers op korte tijd veel data kan verzamelen. Die tools brengen ook uitdagingen met zich mee. Het is bijvoorbeeld moeilijk om deelnemers langdurig betrokken te houden en een gemeenschap op te bouwen. Daarnaast zijn oudere deelnemers vaak een goed doelpubliek voor citizen science omdat ze er de tijd en het enthousiasme voor hebben, maar haken zij soms af wanneer er gebruik gemaakt wordt van internet of smartphoneapplicaties. 

De workshop bracht volgende aanbevelingen op:

  • Breng vrijwilligers fysiek samen voor workshops en activiteiten. Zo doe je aan community building en kunnen burgerwetenshappers van elkaar leren.
  • Maak persoonlijk contact tussen wetenschapper en burgerwetenschapper mogelijk. Dat is vaak inspirerend voor beiden!
  • Voorzie voldoende tijd om technische vragen te beantwoorden. Vragen die dikwijls terugkomen, kan je opnemen in een FAQ, nieuwsbrief of op sociale media delen.
  • Zorg voor een beloning – niet noodzakelijk financieel of materieel – maar bv. met een kijk achter de schermen in het labo, een excursie aanbieden, gamification...
  • Ga kijken hoe andere citizen science projecten voor digital engagement zorgen of ga op bezoek bij de cel wetenschapscommunicatie/de communicatiedienst van je eigen instelling.
  • Scivil is druk aan het werk aan haar vernieuwde website. Daarop vind je binnenkort een partnerdatabank en communicatiegids.
  • Het platform eu-citizen.science (work in progress) zal in de toekomst ook een verzameling zijn van inspirerende projecten en praktische gidsen voor citizen science.

Hoe houd je de burgerwetenschappers gedurende langere tijd betrokken bij het project?

Citizen science zit in de lift. Burgerwetenschapsprojecten genieten vaak van veel persaandacht en enthousiasme bij het begin van het project. Maar hoe kunnen projecten die initiële golf van enthousiasme omzetten in een grote groep vrijwilligers die gedurende langere tijd betrokken blijft?

De deelnemers bedachten deze suggesties:

  • Creëer een gemeenschapsgevoel bij de burgerwetenschappers. Daarvoor kan je online communities uitbouwen, inzetten op sociale media en/of zorgen dat de vrijwilligers elkaar (en jou, de wetenschapper) regelmatig kunnen ontmoeten.
  • Zet in op lokale netwerken. Lokale organisaties staan dicht bij de burgers en weten goed hoe je hun buurt kan bereiken en motiveren door in te spelen op hun vragen en noden. Hogescholen hebben bijvoorbeeld vaak uitstekende, lokale banden.
  • Speel in op het enthousiasme en engagement van de burgers. Toon je appreciatie voor hun bijdrage en wees aandachtig voor vragen en bezorgdheden. De meest enthousiaste vrijwilligers kan je zelfs inschakelen als ambassadeurs of meer permanente vrijwillige medewerkers voor je project.
  • Bouw een relatie op met journalisten. Beschouw dit niet als een eenmalig contact of eenrichtingsverkeer, maar als een wisselwerking. Jij hebt hen nodig als je een persbericht wil uitsturen, zij hebben jou nodig als ze wetenschappelijke input zoeken rond actuele thema’s.
  • De juiste projectpartners kunnen je helpen om de juiste groepen te bereiken en geëngageerd te houden. Lokale organisaties die dicht bij de burger staan en een link hebben met jouw onderzoeksthema zijn ideaal. Hogescholen hebben vanuit hun opleidingen en praktijkgericht onderzoek ook uitstekende lokale netwerken uitgebouwd.

Wat kan Scivil betekenen?

Er kwamen tijdens de workshop ook enkele uitstekende suggesties voor Scivil naar boven. Niet alles is (op korte termijn) realiseerbaar, maar we namen alle suggesties ter harte. Momenteel werken we aan:

  • Een vragenlijst voor deelnemers aan citizen science projecten.
  • Een communicatiegids voor citizen science projecten.
  • Een vernieuwde website met een stappenplan rond citizen science, een overzicht van alle projecten, een overzicht van financieringsmogelijkheden voor citizen science, een partnerdatabank en een verzameling inspirerende succesverhalen van citizen science projecten.
  • Een data management charter.

Latest news

Latest news on scivil