Citizen science in Franstalig België in beeld
Citizen science groeit in heel België. In haar masterproef heeft Amandine Raucq, masterstudente aan UCLouvain, citizenscience-projecten in Franstalig België in kaart gebracht, met een focus op milieu- en natuurlijke wetenschappen. In samenwerking met Scivil combineerde Amandine een systematische literatuurstudie met een grootschalige enquête om een duidelijker beeld te geven van initiatieven die burgers actief bij onderzoek betrekken. We spraken met haar over haar motivatie, onderzoeksproces en wat haar bevindingen betekenen voor de toekomst van citizen science in België.
Wat motiveerde je om je masterproef aan citizen science in Franstalig België te wijden?
Amandine: "Voor ik het onderwerp van mijn masterproef koos, had ik al een paar keer van citizen science gehoord, omdat enkele familieleden betrokken waren bij soortobservatie en -monitoring. Toen begreep ik nog niet helemaal wat de term allemaal omvatte. Toch was ik gefascineerd door het idee dat mensen in hun dagelijks leven actief bijdragen aan kenniscreatie.
Daarnaast wilde ik dat mijn masterproef een echte kenniskloof zou aanpakken en nuttig kon zijn voor anderen. De wereld is tegenwoordig complex, en het bouwen van bruggen tussen verschillende wetenschappelijke disciplines is een groot voordeel bij het aanpakken van uiteenlopende vraagstukken. Tijdens deze masterproef heb ik ook nieuwe vaardigheden ontwikkeld, omdat ik methoden voor dataverzameling toepaste die zelden met bio-ingenieurs worden geassocieerd."
Hoe ben je te werk gegaan bij je onderzoek? En welke uitdagingen kwam je tegen?
Amandine: "Er hing een soort waas over het landschap van citizen science in Franstalig België. Er gebeurde wel iets, maar het equivalent van Scivil bestaat niet in het andere deel van het land, en er was nog geen grootschalig netwerk dat alle Franstalige citizenscience-projecten verbindt. Om zoveel mogelijk bestaande of voormalige projecten te vinden en te beschrijven, leek een combinatie van een systematische literatuurstudie en een enquête de beste aanpak. Samenwerken met Scivil was daarom vanzelfsprekend, omdat wij beiden datzelfde jaar projecten wilden inventariseren en karakteriseren. De samenwerking was een groot succes en leverde waardevolle resultaten op.
Tijdens het onderzoek kwamen verschillende uitdagingen naar voren. In de literatuurstudie kwam ik enorm veel informatie tegen en was het de uitdaging daar hoofd- en bijzaak te blijven onderscheiden. Een andere moeilijkheid betrof kleinschalige projecten met weinig online zichtbaarheid: die zijn moeilijker te vinden en de beschikbare informatie is vaak incompleet, waardoor het lastig is te bepalen of het echt om citizen science gaat. Een derde uitdaging is de semantische ambiguïteit rond de term 'citizen science'. De definitie kan op verschillende manieren worden geïnterpreteerd. Wat telt bijvoorbeeld als wetenschappelijk onderzoek? En afhankelijk van de interpretatie vallen bepaalde projecten wel of niet onder citizen science. Als een criterium al vaag is, bevat de inventarisatie zelf onvermijdelijk ook vaagheden."
Tot welke inzichten ben je gekomen?
Amandine: "Mijn masterproef richt zich op Belgische projecten in de milieu- en natuurlijke wetenschappen, zowel eentalig als meertalig, met Frans als (één van de) gebruikte talen. In totaal werden 86 projecten en initiatieven geïdentificeerd, waarvan 39 de enquête hebben ingevuld. Bij deze 39 projecten bestaat de bijdrage van burgers voornamelijk uit dataverzameling, en contributory citizen science blijft het dominante type. Iets meer dan de helft van de projecten telt tussen de 21 en 500 deelnemers, heeft een regionale of nationale scope en wordt geleid door een overheidsorganisatie."
Zie je grote verschillen tussen Franstalige en Nederlandstalige projecten?
Amandine: "Het grootste verschil zit in de aantallen: Nederlandstalige projecten zijn veel talrijker. Twee andere opvallende verschillen betreffen de mate van samenwerking met scholen en de online deelname. Hoewel eentalige Nederlandstalige projecten vaker met scholen samenwerken en vaker volledig online plaatsvinden, kunnen deze trends statistisch niet worden bevestigd. Het aantal Franstalige projecten is te klein om te zeggen of de waargenomen verschillen echt aan de variabelen liggen of gewoon toeval zijn."
Welke thema’s en wetenschappelijke domeinen vallen het meest op?
Amandine: "De meeste projecten richten zich op biodiversiteitsmonitoring en soortobservatie. De enquête toonde ook een verrassend aantal projecten rond milieumonitoring met expliciete aandacht voor de menselijke gezondheid. Hoewel deze minder talrijk zijn dan biodiversiteitsprojecten, blijkt de bescherming van de menselijke gezondheid een belangrijke motivatie voor enkele citizen-scienceprojecten."
Hoe kan jouw onderzoek bijdragen aan het versterken van citizen science in België?
Amandine: "Nu we een duidelijker overzicht hebben van de types en projecten voor Franstalige deelnemers, kunnen netwerken worden ontwikkeld en kunnen projectleiders en burgers makkelijker ervaringen en ideeën uitwisselen. Dat zal zeker een positieve impact hebben op de ontwikkeling van citizen science. Bovendien worden op nationaal niveau, over taalgrenzen heen, de bruggen versterkt via samenwerking en netwerking."
Nu we een duidelijker overzicht hebben van de types en projecten voor Franstalige deelnemers, kunnen netwerken worden ontwikkeld en kunnen projectleiders en burgers makkelijker ervaringen en ideeën uitwisselen.
Welke obstakels komen projecten tegen, en hoe kunnen die worden aangepakt?
Amandine: "De drie belangrijkste uitdagingen die naar voren kwamen, zijn het aantrekken van nieuwe deelnemers, het waarborgen van datakwaliteit en het verkrijgen van financiering. Hoewel er al verschillende strategieën bestaan om deze uitdagingen aan te pakken, is verder onderzoek nodig om de meest effectieve oplossingen nauwkeurig te bepalen."
Hoe zie je de toekomst van citizen science in Franstalig België? Waar liggen de grootste kansen?
Amandine: "Citizen science in Franstalig België zal blijven evolueren, net zoals de betekenissen van science citoyenne en science participative, aangezien er nog geen consensus is over de definities. De tijd zal uitwijzen hoe citizen science zich verder ontwikkelt. Een belangrijke kans die uit mijn onderzoek naar voren komt, is het potentieel van citizen science om het brede publiek bewust te maken van thema’s zoals luchtkwaliteit, biodiversiteitsverlies of de aanwezigheid van verontreinigende stoffen of schadelijke soorten in het dagelijks leven."
Wat heb je persoonlijk geleerd van dit onderzoek?
Amandine: "Ik heb veel geleerd tijdens het schrijven van mijn masterproef. Ik kwam onder andere in aanraking met onderzoeksmethoden en literatuur die maar zelden geassocieerd worden met bio-engineering. De literatuurstudie en enquête stelden me in staat veel verenigingen en overheidsorganisaties te identificeren en zelfs te contacteren, waarmee ik in de toekomst graag zou samenwerken. Het is bovendien inspirerend en hoopvol om te zien hoeveel mensen zich inzetten om de wereld een beetje beter te maken."
Welk advies zou je geven aan studenten of onderzoekers die een soortgelijk project willen opzetten?
Amandine: "Onderzoek naar citizen science kent uitdagingen door de vaagheid van de term, maar het is ook ontzettend boeiend, dus ga ervoor! Als je een soortgelijke methode wilt gebruiken, verspreid de enquête dan zo breed mogelijk via verschillende netwerken (bv. sociale media, citizenscience-evenementen, contactadressen van instellingen) en laat meerdere mensen de vragenlijst testen om eventuele onduidelijkheden op te sporen."