Het Grote Vogelweekend: vijftien minuten die tellen
Op 24 en 25 januari vindt opnieuw Het Grote Vogelweekend van Natuurpunt plaats. Duizenden Vlamingen nemen dan vijftien minuten de tijd om de vogels in hun tuin of op hun balkon te tellen. In aanloop naar deze jaarlijkse tuinvogeltelling ging Scivil in gesprek met Bas de Ketelaere en Gerald Driessens, vogelexperts bij Natuurpunt, over het belang van vogels tellen, citizen science, en wat al die waarnemingen ons vertellen over onze natuur.
Natuurpunt Studie betrekt graag burgers bij onderzoek. Vanwaar de keuze voor citizen science?
Gerald: "Natuurpunt Studie maakt deel uit van het team dat bij Natuurpunt werkt rond citizen science en natuuronderzoek. Vanuit onze rol ondersteunen we vrijwilligers, coördineren we grootschalige telprojecten en vertalen we wetenschappelijke inzichten naar acties en beleid. Citizen science is voor ons de logische brug tussen mensen en natuur: dankzij duizenden vrijwilligers kunnen we op grote schaal natuurgegevens verzamelen en op een heel brede manier opvolgen hoe het met onze natuur gaat. We werken hiervoor samen met Natuurpunt Communicatie om deze projecten op een grootschalige manier bekend te maken, denk aan acties zoals Het Grote Vogelweekend dat meer dan 60.000 deelnemers heeft, of Insectenzomer dat de 50.000 deelnemers aantikt."
Bas: "Dat Natuurpunt inspeelt op citizenscience-projecten ligt voor de hand: we zijn een vrijwilligersvereniging en dat netwerk is niet alleen nuttig voor het verenigingsleven of beheerwerken, het is ook goud waard om op grote schaal natuurgegevens te verzamelen. Dat zou nooit lukken op professionele basis. In een dichtbevolkt en (op vlak van natuur) versplinterd gebied als Vlaanderen, beseffen we dat tuinen een belangrijk deel van het landschap uitmaken. Mensen in contact brengen met natuur door in de tuin te kijken, en hen verder helpen de natuurwaarde van hun stukje grond te verbeteren: dat is een binnenkopper, veel logischer kan het haast niet zijn.
Op 24 en 25 januari vindt opnieuw het Grote Vogelweekend plaats. Waarom is vogels tellen zo belangrijk en waarom kiezen jullie ervoor om het brede publiek daarbij te betrekken?
Bas: "Vogels zijn uitstekende graadmeters voor de kwaliteit van onze leefomgeving. Door jaarlijks te tellen, kunnen we trends op lange termijn volgen: welke soorten nemen toe, welke gaan achteruit? Tegelijk is Het Grote Vogelweekend een laagdrempelige manier om mensen met natuur te verbinden. Iedereen kan meedoen, zelfs op een balkon lukt dat. Deelnemers kijken bewust 15 minuten naar hun tuin, een zeldzame focus. Dat gevoel van betrokkenheid met hun eigen omgeving is minstens even waardevol als de data zelf."
Natuurpunt organiseert niet alleen Het Grote Vogelweekend, maar zet ook in andere projecten sterk in op citizen science. Waarom is citizen science zo belangrijk binnen de werking van Natuurpunt?
Gerald: "We organiseren en ondersteunen tientallen burgerwetenschapsprojecten, van meetnetten en trektelposten, waar vogelmigratie wordt opgevolgd, tot eikelmuisprojecten en amfibieëntellingen. Daarnaast beheren we met waarnemingen.be het grootste online platform voor natuurwaarnemingen in Vlaanderen. Al die data samen vormen de ruggengraat van ons natuurbeleid en -beheer. Citizen science is voor Natuurpunt onmisbaar: het maakt het mogelijk om veranderingen in de natuur overal in Vlaanderen op te sporen. Met uitsluitend professionele onderzoekers zou dat onhaalbaar zijn. Bovendien versterkt het de band tussen mensen en natuur.
Hoewel niet elke waarneming tot nieuwe wetenschappelijke doorbraken leidt, is de kennis die we opbouwen over de verspreiding van soorten indrukwekkend. Dankzij digitale tools als ObsIdentify kan zelfs een beginnende gebruiker vandaag een nieuwe soort vastleggen én documenteren met foto’s, iets wat dertig jaar geleden ondenkbaar was. Zonder de inzet van duizenden enthousiaste Vlamingen zouden we nooit zoveel waardevolle gegevens kunnen verzamelen."
Welke inzichten hebben jullie de voorbije jaren uit Het Grote Vogelweekend gehaald?
Bas: "We zien bijvoorbeeld dat klassieke tuinvogels zoals de huismus of de merel het moeilijk hebben in bepaalde regio’s, terwijl mezen en houtduiven het goed blijven doen. Ook het effect van zachte winters of droge zomers zien we terug in de tellingen: sommige soorten profiteren, andere verdwijnen tijdelijk. Die schommelingen vertellen ons veel over hoe vogels reageren op klimaat en omgeving."
Gerald: "De resultaten van de tuinvogeltelling zijn genuanceerd. We zien een algemene achteruitgang bij meerdere soorten, al moet die daling goed gekaderd worden. Vroeger namen vooral fanatieke vogelliefhebbers deel. Die hebben vaak grote tuinen die veel vogels aantrekken. Vandaag telt ook het brede publiek mee, wat een realistischer beeld geeft van de ‘gemiddelde’ Vlaamse tuin. Zo merken we dat soorten als de Turkse tortel snel afnemen, terwijl typische wintergasten uit het noorden door de zachtere winters minder vaak tot bij ons afzakken. Daartegenover staan positieve trends, zoals de terugkeer van de putter, die zelfs in stedelijke omgevingen weer opduikt. Niet van elke soort kunnen we betrouwbare uitspraken doen, want herkenbaarheid en ecologie spelen een grote rol. Toch bieden de tellingen waardevolle inzichten, vooral over vogels die het hele jaar in de tuin te vinden zijn, zoals de merel en de huismus. Belangrijker nog: het project versterkt de band tussen mensen en natuur, gewoon in hun eigen tuin."
Waren er ook verrassende of opvallende resultaten?
Bas: "Het Grote Vogelweekend bevestigt vaak wat kenners al vermoedden, maar dan met harde cijfers. Zo werd de dramatische impact van het usutuvirus op merels dankzij de telling duidelijk zichtbaar, een klap die niemand zag aankomen voor een van onze meest voorkomende tuinvogels. Een van de opvallendste trends van de laatste jaren is de toename van exoten zoals de halsbandparkiet, die zich ondertussen stevig heeft gevestigd in stedelijke gebieden."
Gerald: "De kracht van dit burgeronderzoek ligt in die enorme hoeveelheid data, die misleidende buikgevoelens vervangt door feitelijke inzichten. Zelfs trends die we intuïtief voelen, zoals de groei van kauwen en kraaien, blijken in werkelijkheid af te vlakken. Naast de waardevolle cijfers helpt de telling ook om verantwoord vogels te voederen: deelnemers krijgen advies om voederplaatsen proper te houden, voedsel te doseren en katten binnen te houden. Zo levert citizen science niet alleen kennis op, maar draagt ze ook concreet bij aan het welzijn van de vogels."
De kracht van Het Grote Vogelweekend ligt in de enorme hoeveelheid data, die misleidende buikgevoelens vervangt door feitelijke inzichten.
Achter Het Grote Vogelweekend zit een indrukwekkende campagne en organisatie. Hoe bereiken jullie zoveel deelnemers?
Bas: "We werken met een communicatieteam dat via sociale media, pers, nieuwsbrieven en externe partners de oproep verspreidt. Daarnaast bieden we een overzichtelijk telformulier, helpdesk voor vogelvragen, herkenningsposter, online cursussen en tips aan via onze website, zodat iedereen vlot kan deelnemen. Via de Vogeltelweek voor Scholen zetten we ook in op deelname met kinderen. Zo worden leraren en kinderen bewust dat je impact op je omgeving kan hebben als je er zorg voor draagt. Lokale afdelingen en bezoekerscentra helpen om de boodschap tot in elke gemeente te brengen. We werken ook samen met een bekende Vlaming om de oproep nog breder te laten weerklinken. Dit jaar is dat Tom Van Dyck."
Burgerwetenschapsprojecten leveren heel wat data op. Hoe zorgen jullie ervoor dat die data effectief een meerwaarde betekenen voor onderzoek, beleid of natuurbeheer?
Gerald: "De gegevens uit Het Grote Vogelweekend worden zorgvuldig gescreend en verwerkt. Die van veel andere telprojecten worden zelfs gevalideerd door een expertenteam en door wetenschappelijke medewerkers van Natuurpunt en partners zoals het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). Die gegevens stromen door naar rapporten over biodiversiteit en klimaat en helpen lokale besturen en terreinbeheerders bij beter onderbouwde beslissingen. Geen enkele telling gaat verloren. De waarde van data hangt wel af van de context: tellingen tijdens het Vogelweekend tonen trends en vergroten het publiek bewustzijn, terwijl de gerichtere tellingen van ervaren vrijwilligers doorheen het jaar een veel lagere foutmarge hebben en rechtstreeks inzetbaar zijn bij natuurtoetsen of ruimtelijke planning. Nog strikter zijn de gegevens uit de meetnetten, die volgens vaste telprotocollen verlopen en zelfs op Europees niveau worden gebruikt. In dat kader past ook de nieuwe Vogelatlas van Vlaanderen, die in oktober ‘26 verschijnt."
Tegen welke uitdagingen lopen jullie aan bij dit soort projecten?
Gerald: "Uitdagingen horen er altijd bij. Een van de grootste is het vinden van het juiste evenwicht in communicatie: deelnemers enthousiast en betrokken houden, terwijl hun gegevens met de grootste zorg en wetenschappelijke nauwkeurigheid worden verwerkt. Het komt erop aan burgerwetenschap laagdrempelig te houden zonder in te boeten aan kwaliteit of betrouwbaarheid. Want één ding blijft duidelijk: zonder de inzet van duizenden vrijwilligers zou geen enkel onderzoek mogelijk zijn."
Bas: "De uitdagingen zitten niet alleen in de cijfers, maar ook in de manier waarop we mensen betrekken. Bij een project als Het Grote Vogelweekend blijft het soms lastig uit te leggen dat vogels tellen geen competitie is. Het gaat niet om ‘wie de meeste telt’, maar om de vraag: ‘hoe gaat het eigenlijk met onze tuinvogels?’. We willen mensen niet tegen elkaar laten opbieden, maar samen laten opkomen voor de natuur. Dat is het fundament van elk project dat we opzetten.
Heldere en toegankelijke communicatie helpt dat inzicht te versterken, maar alles begint met een goede begeleiding van deelnemers. Daarom bereiden we hen voor met praktische tips over voederen, herkennen en tellen van soorten, en blijven we dat proces voortdurend verfijnen en verbeteren."
We hopen dat mensen opnieuw ontdekken hoeveel leven er in hun directe omgeving te vinden is. Vogels tellen is een kort moment van verwondering dat vaak leidt tot blijvende aandacht voor natuur.
Wat hopen jullie dat deelnemers leren uit Het Grote Vogelweekend? Wanneer spreken jullie van een geslaagde editie?
Gerald: "Een geslaagde editie is er eentje waarbij we zoveel mogelijk mensen betrekken en tegelijk kwalitatieve data verzamelen. Het aantal tellers is belangrijk, maar nog belangrijker is dat mensen nadien met een positiever gevoel naar hun tuin of buurt kijken. Die dubbele winst van wetenschap én beleving is iets wat we in al onze citizenscience-projecten nastreven."
Bas: "We hopen dat mensen opnieuw ontdekken hoeveel leven er in hun directe omgeving te vinden is. Vogels tellen is een kort moment van verwondering dat vaak leidt tot blijvende aandacht voor natuur. Concreet hopen we opnieuw op tienduizenden deelnemers en een nog beter beeld van hoe onze tuinvogels de winter doorstaan."
Gerald: "Voor de eerste keer in tien jaar kennen we een winterprik in de aanloop naar Het Grote Vogelweekend. We zijn benieuwd naar de impact, zeker als de kou aanhoudt. De herfst leverde al de beste resultaten op voor pimpelmezen in een decennium. Of er voldoende zijn gebleven om voor het eerst de top drie te halen? Dat komen we te weten tijdens Het Grote Vogelweekend op 24 en 25 januari!"
Doe op 24 en 25 januari 2026 mee aan Het Grote Vogelweekend en help de vogels en de wetenschap vooruit! Na een kwartiertje vogels tellen voel je je gegarandeerd vederlicht.
Het Grote Vogelweekend is het grootste citizenscience-project rond tuinvogels in Vlaanderen. Door elk jaar te tellen, krijgen we zicht op hoe vogels tuinen gebruiken en welke soorten vooruit- of achteruitgaan. En jij beleeft een moment van pure natuur en ontspanning.
Tellen doe je het best tussen 7u en 15u. Geef daarna zeker je telling door, zodat jouw tuin meetelt in onze cijfers. Tijdens Het Grote Vogelweekend kan je je telling doorgeven via www.vogelweekend.be.
Interview door Sanne Strouven