Spreken met het Zoniënwoud
Wie binnenkort in het Zoniënwoud een verkwikkend bosbad neemt, zet best niet alleen zijn zintuigen maar ook zijn camera op scherp. Burgers kunnen vanaf de eerste lentedag tot 10 mei foto’s nemen van boshyacinten, bosanemonen, daslook en kleine maagdenpalm. De foto’s zullen VUB-doctoraatstudent Pieter Rodts helpen om vanuit archeologisch en ecologisch perspectief zicht te krijgen op de interactie tussen mens en dier in het Zoniënwoud. Beiden, mens en dier zijn actieve agenten, ze transformeren het woud tot een levend archief. Weten hoe het archief werkt levert inzichten op die van groot belang zijn voor het bosbeheer en finaal ook voor het samenleven van mens en dier in het Zoniënwoud.
Het Zoniënwoud, dat zich over zo’n 4500 ha uitstrekt, is een oud bos met een landschap dat dateert van het einde van de laatste ijstijd, een overblijfsel van het Kolenwoud. Het woud heeft een uniek ecosysteem met statige omvangrijke beuken, 18de-eeuwse dreven, een aantal zeldzame diersoorten en historische sites. Bovendien lopen er zo’n 350 km wandel-, fiets- en ruiterpaden. De recreatiedruk op het Zoniënwoud is enorm, jaarlijks zoeken meer dan een miljoen mensen het woud op. Inzicht verwerven in die druk en beschermen wat er is, beiden zijn cruciaal, zegt Pieter Rodts, die verbonden is aan de VUB-onderzoeksgroep Archeology, Environmental Changes and Geo-chemistry en aan het departement Bos bij Leefmilieu Brussel.
Landschap als gesprek
In je onderzoek focus je zowel op erfgoedbeheer als op bosbeheer, van waar die combinatie?
Pieter Rodts: “Mijn onderzoeksproject met de titel ‘Beastly traces and shared spaces’ was oorspronkelijk vrij klassiek in opzet. Ik ging op zoek naar structuren in het reliëf van het woudlandschap, ik bracht de dreven, de wallen, de grachten in kaart en vergeleek de situatie met oud kaartmateriaal. Met de Ferrariskaart bijvoorbeeld, maar ook met de eerste systematische Zoniënwoudmeting van 1634 -1638. Nu leg ik ook de link naar de vegetatie en het ecosysteem van het woud. In die zin dat ook de vegetatie me kan vertellen welke processen de bodem van het woud heeft ondergaan. Als archeoloog zie ik het landschap als een gesprek. Ik breng de processen en actoren die in het verleden het landschap hebben vormgegeven in kaart.”
Hebben die oorspronkelijke gesprekken impact tot op de dag van vandaag?
Pieter Rodts: “Zeker, neem nu de dreven waar het Zoniënwoud gekend voor is. Oorspronkelijk waren die bedoeld voor 18de-eeuwse jagers die zo in elke uithoek van het woud makkelijker op reeën, herten en everzwijnen konden jagen. De Franse Revolutie stopte de adellijke jacht en dus ook dat gesprek. De dreven zijn gebleven en zorgen er nu voor dat recreanten permanent overal het woud in kunnen. Je zou er een aantal kunnen afsluiten om reeën ongestoord te laten opgroeien en grazen. We weten dat er tientallen kalfjes en volwassen (zwangere) reeën sterven door stress. Maar de lange rechte dreven zijn een zegen voor vleermuissoorten. In België leven 21 tot 23 vleermuissoorten, 18 daarvan komen voor in het Zoniënwoud. Zo merk je dat elke ingreep in het landschap gevolgen heeft en het verhaal van het woud vertelt. Het is dus belangrijk om inzicht te krijgen in hoe landschapselementen zich vormen en vormden en welke impact zij hebben op het leven van mens en dier in het bos.”
Het archief van de ondergrond
Welk verhaal kan de bosvegetatie in het Zoniënwoud ons vertellen?
Pieter Rodts: “De bosvegetatie kan je letterlijk lezen als een archief van de ondergrond. Door na te gaan waar zich in het Zoniënwoud boshyacinten, bosanemonen en daslook bevinden kunnen we inventariseren waar er vroeger door vee gegraasd werd. Om dat te begrijpen moeten we terug naar de oorsprong van het woud en van de site. Anders dan in andere bossen, zoals uiteraard het heel gekende Hallerbos op zo’n 10 km in het westen, zijn er in het Zoniënwoud relatief weinig boshyacinten. Dat ligt o.a. aan het bosbeheer door de Hertog van Brabant. De bomen in het woud werden pas om de 70 à 100 jaar gekapt in tegenstelling tot andere Middeleeuwse bossen met middelhout waar bomen om de 10 à 20 jaar sneuvelden. Boshyacinten gedijen beter in een middelhoutbos omdat het zonlicht er tot op de ondergrond doordringt. Uit een vooronderzoek door Prof. Em. Roger Langohr (UGent) blijkt dat op de site van de priorij bij het Rood Klooster in het Zoniënwoud net wel wilde boshyacinten groeien omdat er tussen 1650 en 1750 vee heeft gegraasd. Zo’n 100 jaar lang heeft het vee van de monniken de bodem verrijkt en de omstandigheden gecreëerd die gunstig zijn voor de bloei van de boshyacint.”
Signalen van boshyacinten
Zijn boshyacinten unieke planten?
Pieter Rodts: “Wilde boshyacinten zijn tere plantjes, ze zijn gevoelig voor betreding en kunnen door herhaalde trampling sterven of jaren nodig hebben om terug de kop op te steken. Enerzijds staan de plantjes onder druk, o.a. door de recreatie en de toename van stikstof in de lucht. De klimaatopwarming duwt de meest oostelijke grens voor het voorkomen van boshyacinten in België verder naar het oosten. Feit is dat de boswachters in het Zoniënwoud een opmars van de blauwe voorjaarsbloeier opmerken. Wil dat zeggen dat ze ontsnappen uit de eerder begraasde gebieden of heeft het te maken met het feit dat er de laatste 30 jaar meer licht in het woud is gekomen? Zware stormen hebben in de jaren 80 en 90 hoge beuken met enorme kruinen neergelegd, dat heeft gevolgen voor de lichtinfiltratie. Of zorgen de recreanten, de wandelaars, mountainbikers en honden voor een onbedoelde verspreiding van de hyacint? Het verhaal van het woud is voortdurend in verandering, zoveel is zeker. Als archeoloog zie ik het als mijn opdracht om terug te grijpen naar vroeger én om diplomaat voor de toekomst van het woud te zijn. Door de inzichten die we via ons onderzoek krijgen, bekend te maken en ze te laten doorstromen naar het bosbeheer op het terrein.”
Als archeoloog zie ik het als mijn opdracht om terug te grijpen naar vroeger én om diplomaat voor de toekomst van het woud te zijn.
Archeoloog als diplomaat
Is het burgerwetenschapsproject een belangrijke schakel in je onderzoek?
Pieter Rodts: “Met het citizenscience-project willen we de plekken inventariseren waar wilde boshyacinten, bosanemonen en daslook groeien om zo de begrazing uit het verleden op te sporen. De vegetatie van vandaag opent het archief van de bodem en van de interactie tussen mens en natuur en fungeert als een archeologische bron. We hebben ook de kleine maagdenpalm aan ons project toegevoegd. Het plantje komt traditioneel veel voor in Noord-Franse bossen en wijst daar op de aanwezigheid van Gallo-Romeinse sites. We verwachten er minder aan te treffen in het Zoniënwoud, waar we eerder mikken op mogelijke Middeleeuwse sites, maar we laten ons graag verrassen. Kloostertuinen waren trouwens ook plekken waar de kleine maagdenpalm groeide, dus we verwachten er wel aan te treffen vlak bij de priorijen en kloosters die het Zoniënwoud rijk was.”
Hoe verloopt de inventarisatie van de bosvegetatie concreet?
Pieter Rodts: “Burgers kunnen concreet van 21 maart tot 10 mei, vanop de paden, dat is uiteraard belangrijk, foto’s nemen van de plantjes en die foto’s uploaden in de apps van Obsidentify of Observation. De locatiedata die op de website van waarnemingen.be worden gecentraliseerd vergelijk ik vervolgens met oud kaartmateriaal, archieven en eerdere vegetatie-analyses. In een verdere fase nemen we bodemstalen op plekken waar veel boshyacinten, bosanemonen of daslook zijn gesignaleerd om na te gaan of de bodem er anders is samengesteld. Onze inzichten zullen we tijdens wandelingen delen op de drie ‘Dagen van het Zoniënwoud’ in het najaar.”
Het is opvallend dat je gebruikmaakt van bestaande apps en communicatiekanalen. Was dat een bewuste keuze?
Pieter Rodts: “Inderdaad, de planlast verlaagt aanzienlijk door gebruik te maken van de bestaande apps Obsidentify en Observation en de website waarnemingen.be. De voorjaarsbloeiers hebben een bloeiperiode van drie tot vier weken dus in die tijdspanne moeten we burgers mobiliseren voor ons project. Dat zullen we doen met de bestaande sites Zoniënwoud.be en via sociale media waarbij we suggesties voor wandelingen zullen lanceren. Het is voor één doctoraatstudent natuurlijk onmogelijk om zelfstandig nieuwe tools te ontwikkelen en we kiezen er ook bewust voor om bestaande kanalen te versterken. Ook daarin ben ik als archeoloog diplomaat en gangmaker. Deze diplomaat trekt dus op zaterdag 21 maart naar het Zoniënwoud om op zoek te gaan naar voorjaarsbloemen.”
Mee boshyacinten, bosanemonen, daslook en kleine maagdenpalm registreren? Lees er alles over op de website www.zoniënwoud.be. De kick-off van de telling heeft plaats op zaterdag 21 maart om 10.00u aan het Rood Klooster in het Zoniënwoud.