Wetenschapscommunicatie in uitdagende tijden: Lessen vanuit een burgerwetenschapsperspectief
Op 28 mei 2026 nam Scivil deel aan de FWO Focusdag: Wetenschapscommunicatie in uitdagende omstandigheden. De dag draaide rond een centrale uitdaging: hoe maken we wetenschapscommunicatie toegankelijk voor een divers publiek, ondanks de vele drempels?
Vanuit het perspectief van burgerwetenschap bood deze dag waardevolle inzichten. Wat vooral duidelijk werd, is dat wetenschapscommunicatie en burgerwetenschap geen aparte werelden zijn. Ze delen ambities, uitdagingen en kansen.
Uit de bubbel breken
De toon van de dag werd gezet door FWO-voorzitter Bruno Blondé. Zijn boodschap was duidelijk: wetenschapscommunicatie in Vlaanderen bereikt vandaag te vaak dezelfde ‘inner crowd’. Maar wie bereiken we niet? En wie sluiten we (vaak onbewust) uit?
Die vraag is cruciaal. Wie vandaag niet bereikt wordt, kunnen de onderzoekers, leerkrachten en burgerwetenschappers van morgen zijn. Hoe maken we wetenschap dus echt toegankelijk, voor zoveel mogelijk mensen?
Wetenschapscommunicatie en burgerwetenschap: een wisselwerking
Wat is wetenschapscommunicatie, of wat zou het moeten zijn? Voor Anne-Floor Scholvinck (Rathenau Instituut) is het veel meer dan enkel het helder uitleggen van resultaten of methodes. Het is een gesprek, met tweerichtingsverkeer.
Door het publiek actief te betrekken, krijgen onderzoekers zicht op wat er leeft in de samenleving. Dat maakt onderzoek niet alleen maatschappelijk relevanter, maar draagt ook bij aan de democratisering van wetenschap. Voor wie met burgerwetenschap bezig is, klinkt dit herkenbaar. Vervang het woord ‘publiek’ door ‘burgers’ en je zit in de kern van citizen science.
Opvallend was hoe sterk de uitdagingen in wetenschapscommunicatie lijken op die binnen burgerwetenschap. Denk aan het bereiken van moeilijk bereikbare doelgroepen, de extra tijd en middelen die nodig zijn, koudwatervrees bij onderzoekers, en een academisch systeem dat deze inspanningen nog niet altijd voldoende erkent. Maar ook de oplossingen klinken vertrouwd. Maak duidelijk waarom onderzoek relevant is voor het publiek, en betrek hen niet alleen als dataverzamelaars, maar ook als volwaardige partners in het onderzoeksproces.
Wetenschapscommunicatie is vertalen
Jack McMartin (KU Leuven) bracht een verfrissende invalshoek door wetenschapscommunicatie te benaderen als een vorm van vertaling. Hij liet zien hoe in het complexe traject van wetenschappelijke ontdekking tot nieuwsbericht voortdurend vertaalkeuzes worden gemaakt: van academisch jargon naar persberichtentaal, van abstract idee naar visual, en van nuance naar een headline die aandacht moet trekken.
Zijn kernboodschap: wetenschapscommunicatie is geen neutrale praktijk. Communicatoren maken (on)bewuste keuzes, hebben agency en fungeren als actieve bemiddelaars tussen bron en doelpubliek. Ook hier is de link met burgerwetenschap duidelijk. Een citizen-scienceproject tot bij burgers brengen vraagt talloze vertaalkeuzes, die best bewust en doordacht worden gemaakt.
Moed, bondgenoten en systeemverandering
Tijdens twee panelgesprekken deelden panelleden hun ervaringen met wetenschapscommunicatie uit de praktijk (zie lijst panelleden hier). Daarbij kwamen onder meer strategieën aan bod om kwetsbare groepen te bereiken, zoals kinderen, vrouwen en mensen met een migratieachtergrond.
De panelleden kwamen tot dezelfde kernboodschappen. Ten eerste is er nood aan een ondersteunend systeem: beleidsmakers en financierders spelen een cruciale rol door ruimte, tijd en erkenning te creëren voor wetenschapscommunicatie. Ten tweede werd het belang van bondgenoten en sterke samenwerkingen benadrukt. En tot slot klonk een duidelijke oproep tot moed: durven beginnen en gewoon doen!