Voelen vrouwen zich veiliger dan mannen in Brussel?
Een haperend straatlicht bij schemer, slordige e-steps op het voetpad, een groepje mensen voor de roltrap van een metro-ingang, een plotse dreun. Het zijn factoren die in grote mate ons veiligheidsgevoel in een stad kunnen bepalen maar die moeilijk in statistieken en bevragingen te vatten zijn. In Brussel probeert men de vinger te leggen op het veiligheidsgevoel in de stad door ‘in realtime’, op het moment zelf, naar de veiligheid van inwoners en pendelaars te peilen via de app Moment. Petrus te Braak, postdoctoraal onderzoeker aan het Brussels Institute for Social and Population studies van de VU Brussel, maakt ons veiligheidsgevoel via de app voor het eerst zichtbaar voor wat het werkelijk is: een dynamisch samenspel van tijd, plaats, mensen én context. Nu de eerste resultaten van het onderzoek binnen zijn, komt al meteen een paradox aan het licht: vrouwen voelen zich in Brussel veiliger dan mannen. Waaraan dat ligt, kom je zo meteen te weten in het interview met dr. Petrus te Braak.
Moment onderzoekt de subjectieve veiligheidsbeleving van burgers in de publieke ruimte van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Met de Moment-app registreren inwoners en pendelaars anoniem waar, wanneer en waarom zij zich op specifieke locaties in Brussel veilig of onveilig voelen. Aan het project is twee jaar veldwerk voorafgegaan; focusgroepen werden bevraagd, beleidsmakers, burgemeesters en schooldirecteuren werden geïnterviewd. Ook de conclusies van een studie naar stadsvlucht in 2018 voor Innoviris Brussels nam dr. Petrus te Braak mee in het project Moment. De data worden via de app Moment nog tot eind 2026 verzameld om burgers, stedenbouwkundigen en beleidsmakers gerichte inzichten te geven. Maar de eerste conclusies, die zijn er al.
Brussel veilig maken
Tot nu toe registreerden al zo’n 1000 mensen in Brussel hun veiligheidsgevoel via de app. Kan je nog even schetsen hoe de app werkt?
Petrus Te Braak: "Wij bevragen de perceptie van veiligheid ‘in the moment’ In Brussel via plaats-tijdobservaties. Belangrijk om weten is dat we dus geen veiligheidsincidenten maar wel veiligheidsgevoelens registreren. Voor onze app voerden we de gps-data van zo’n 110 locaties in Brussel in, gaande van metrostations tot het Beursplein, De Brouckère of het Josaphatpark. Als de gebruikers van onze app op een bepaalde geregistreerde plaats zijn, krijgen ze meteen een notificatie op hun gsm. Ze kunnen op dat moment een aantal data ingeven, zoals, op een schaal van 1 tot 10, hoe veilig ze zich voelen op die specifieke plaats of ook of ze alleen of in gezelschap zijn bijvoorbeeld en waarom ze zich al dan niet veilig voelen. De bevraging zelf duurt amper 20 seconden en na vier weken stopt de app met werken. In feite maken we via de app op een laagdrempelige manier ervaringen zichtbaar die met traditionele onderzoeken als vragenlijsten amper te vatten zijn."
In feite maken we via de app op een laagdrempelige manier ervaringen zichtbaar die met traditionele onderzoeken als vragenlijsten amper te vatten zijn.
Zelfexclusie
De eerste resultaten zijn intussen binnen en dat levert toch een aantal verrassende en nieuwe inzichten op.
Petrus Te Braak: "Absoluut, er zullen ongetwijfeld verschillende wetenschappelijke papers voortvloeien uit onze data. Een eerste paper vertrekt van een opvallende vaststelling: wie mensen bevraagt op het moment zelf, terwijl ze zich in de Brusselse publieke ruimte bevinden, stelt vast dat vrouwen zich veiliger voelen dan mannen in Brussel. Dat staat haaks op decennia surveyonderzoek, waarin vrouwen in een algemene inschatting achteraf systematisch meer onveiligheid rapporteren dan mannen. De paradox wordt pas zichtbaar door de meetmethode. Een survey vraagt hoe veilig je je doorgaans voelt. De Moment-app vraagt hoe veilig je je nu voelt, hier op deze plek. Om die paradox te verklaren moeten we meer in detail gaan kijken naar wanneer, waar en in welk gezelschap de vrouwelijke respondenten zich in de publieke ruimte bevinden. Vrouwen ontwikkelen namelijk bepaalde strategieën om zich veilig of veiliger te voelen. Ze stappen een metrostation eerder uit, ze lopen een straat om, ze vertrekken vroeger van een feestje of net later om het feestje niet alleen te moeten verlaten. Vrouwen doen m.a.w. aan zelfexclusie en zelfregulering. De publieke ruimte wordt door hen omwille van een onveiligheidsgevoel minder gebruikt of anders gebruikt dan door de mannelijke respondenten. Daardoor bevinden ze zich op het moment van meting vaker in situaties die al veiliger zijn. Het onveiligheidsgevoel is dus niet verdwenen, maar speelt zich af voor het moment zelf, in de beslissing om ergens wel of niet te zijn. Een klassieke survey kan dat onderscheid niet maken. Dit is een interessante bevinding, in plaats van een negatieve evaluatie van bepaalde plekken is er simpelweg geen evaluatie van onveilige plekken, omdat vrouwen ze specifiek vermijden. Dat leidt tot de verrassende conclusie dat de genderkloof in Brussel m.b.t. veiligheidsgevoel tot de grootste in Europa behoort. Uit een literatuurstudie van zo’n 430 wetenschappelijke artikels blijkt bovendien dat men bij onderzoek naar de veiligheid van vrouwen in steden vooral focust op de inrichting van de publieke ruimte, de omgevingsaspecten, zoals de verlichting, de netheid of de camerabewaking. Wij tonen aan dat het veiligheidsgevoel weinig tot geen baat heeft bij vaste structuren omdat de perceptie over veiligheid fluctueert."
Fysieke en sociale ritmes
Welke factoren beïnvloeden de fluctuatie van het veiligheidsgevoel?
Petrus Te Braak: "Wat wij gemerkt hebben is dat het veiligheidsgevoel fluctueert volgens temporele, fysieke en collectieve sociale ritmes, waar bovendien ook overlap tussen is. Ik verklaar me even. Met fysieke ritmes bedoelen we de stand van de zon, was het dag, schemer of volledig donker en qua tijd, was het ochtendspits, avondspits, weekdag, weekend of feestdag. Dat laatste is zeker bepalend voor Brussel, want een tijdstip kan leiden tot een andere sociale invulling van de publieke ruimte. Het Noordstation is overdag een treinstation en vervult die functie, ‘s nachts wordt de ruimte geclaimd door dealers en prostituees. Het onveiligst zijn de uitgangsavonden, dus vrijdagavond en zaterdagavond, van 20u tot 5u."
Wat versta je onder collectieve sociale ritmes?
Petrus Te Braak: "In het weekend zijn veel straten en pleinen veiliger dan doordeweeks omdat er andere personen aanwezig zijn in het straatbeeld. De aanwezigheid van anderen heeft een dubbel effect: ze kan het onveiligheidsgevoel versterken wanneer mensen als onvoorspelbaar worden ervaren, of het veiligheidsgevoel net verhogen door de sociale controle en de zichtbaarheid. Het benadrukt dat we allemaal, vaak onbewust, bijdragen aan het veiligheidsgevoel van anderen. Collectieve sociale ritmes doen er dus toe. Opvallend in onze resultaten is dat de informele sociale aanwezigheid zwaarder doorweegt dan veel fysieke kenmerken van de omgeving, zoals verlichting, netheid of camerabewaking. We zien trouwens geen genderverschil tussen vrouwen en mannen m.b.t. sociale ritmes, wél m.b.t. fysieke ritmes: vrouwen voelen zich in het donker sneller onveilig dan mannen. De meerwaarde van de studie is net dat we de vinger kunnen leggen op factoren als sociale dynamiek, plaats en tijd, die véél belangrijker zijn dan oorspronkelijk gedacht."
Drempels en bierviltjes
Hoe zullen jullie de resultaten van het citizenscience-project terugkoppelen naar de deelnemers?
Petrus Te Braak: "Wij zullen terugkoppelen via onze website waar we diepgaande analyses en een dashboard zullen lanceren, waarmee de burgers of de wijkcomités aan de slag kunnen gaan. Het onveiligheidsgevoel is groot in Brussel en onze app zorgt ervoor dat burgers met objectieve gegevens naar de overheid en het beleid kunnen stappen."
Welke obstakels hebben jullie ontmoet bij de uitrol van het Momentproject?
Petrus Te Braak: "Een obstakel voor het gebruik van de Moment-app was het delen van je locatie. Als deelnemers de app downloaden krijgen ze eerst een kleine vragenlijst die ze vaak enthousiast invullen maar daarna volgt de vraag naar de toestemming om je locatie te delen. En daar knappen heel wat deelnemers op af, met als gevolg dat wij hen niet kunnen bevragen op het moment dat ze een bepaalde locatie bezoeken. We houden alle data strikt anoniem en na 4 weken stopt ook het gebruik van de app maar desondanks is het delen van de locatie een reële drempel voor deelnemers."
Wat zijn de tips die je aan je collega-onderzoekers zou geven bij de uitrol van een burgerwetenschapsproject?
Petrus Te Braak: "De tijden van vragenlijsten met pen en papier zijn voorbij. Nieuwe burgerwetenschapsprojecten en ook sociaalwetenschappelijke onderzoeken zullen in de toekomst steeds vaker gebeuren met sensoren, smart watches en met integratie van gps-data. De invullast voor de respondenten neemt daardoor af, maar er zijn ook andere gevolgen. Wie geen smartphone heeft kan niet participeren en er zijn ook privacybezorgdheden. Bovendien is het niet eenvoudig om minderheden te bereiken. In onze focusgroepen was dat ook een pijnpunt. Met citizen science hebben we sterk de neiging om ons binnen een niche te profileren, in ons geval eerder jonge vrouwen met smartphone en het is diezelfde groep die de data opnieuw ontvangt en ermee aan de slag gaat. Dat is een aandachtspunt. We hebben wel ervaren dat media-aandacht een van de meest cruciale factoren is om ruchtbaarheid aan een project te geven. Wij waren te zien op onder andere VRT, RTBF, Bruzz, BX1, verschillende kranten, het Hoplr platform enz. We verdeelden ook duizenden bierviltjes om mensen te bereiken die de publieke ruimte in de avonduren gebruiken, zonder noemenswaardig effect weliswaar. Dat is dus niet voor herhaling vatbaar, maar de persaandacht, die zorgde wel voor een brede maatschappelijke discussie over hoe veiligheid in het dagelijks leven in Brussel ervaren wordt."
Interview en tekst: Hilde Devoghel (Tales and Talks)